
Doorstrijken van gevelmetselwerk – Kleurverschil in voegen en voeghardheid
Het doorstrijken van gevelmetselwerk is niet meer weg te denken uit de huidige bouwpraktijk. Inmiddels wordt het merendeel van het gevelmetselwerk doorgestreken en is het traditioneel metselen en voegen naar een tweede plaats verdrongen. In het artikel in Aannemer van juni 2019 hebben wij de aandachtspunten bij het doorstrijken toegelicht. Bij veel projecten blijkt echter dat deze punten niet de vereiste aandacht krijgen. Een veel voorkomend probleem is het ontstaan van ongewenste kleurverschillen in de voegen. Het gaat dan over het algemeen om verschillen in tinten grijs, die resulteren in een verschillende kleurbelevingen in het gevelmetselwerk. De voordelen van het doorstrijken worden dan al snel tenietgedaan door de extra inspanningen en kosten die gemaakt moeten worden om het gevelmetselwerk aan de vereiste kwaliteit te laten voldoen. Daarnaast wordt er ook nog steeds een eis aan de voeghardheid van doorstrijkwerk gesteld, terwijl doorstrijken toch totaal iets anders is dan metselen en voegen.
Traditioneel metselen en voegen
Doorstrijken van gevelmetselwerk heeft diverse voordelen, maar de verwerking van metselstenen vereist een net iets andere aanpak dan het meer traditionele metselen en voegen. Veel aandachtspunten zijn hetzelfde en zijn in diverse artikelen aan de orde gekomen. Zo wordt in het artikel van ‘metselen bij lage temperaturen’(februari 20217) uitgelegd waar dan rekening mee gehouden moet worden en hoe onder dergelijke omstandigheden toch de vereiste kwaliteit gerealiseerd kan worden. Een nadeel van het traditioneel metselen en voegen is het uitvoeren in twee afzonderlijke handelingen. Het kost daardoor wel iets meer tijd en de steiger moet mogelijk wat langer blijven staan, maar de kans op kleurverschil in de voegen wordt wel veel kleiner. Het nadeel dat er dan tweemaal met een nat product aan het gevelmetselwerk gewerkt wordt en daardoor de kans op uitslag aanwezig is, blijft natuurlijk wel bestaan. Maar als kwalitatief goede producten gebruikt worden en de richtlijnen voor het correct uitvoeren van gevelmetselwerk en voegwerk opgevolgd worden dan is de kans op uitslag klein.
Doorstrijken
Een voordeel van het doorstrijken van gevelmetselwerk is dat het maar één handeling betreft en het gevelmetselwerk na het metselen direct wordt afgewerkt. Het metselen en doorstrijken gebeurt wel op dezelfde dag, maar in feite betreft het niet echt één handeling, want met het afwerken van de voegen (doorstrijken) moet altijd even gewacht worden. Het is vaak deze handeling die van invloed is op de kleur van de voegen. Het verkrijgen van een voegen die geen kleurverschil vertonen, vereist namelijk dat de doorstrijkmortel op ongeveer hetzelfde moment wordt afgewerkt. Dat moment heeft onder andere te maken met de mate van opstijven van de mortel, waarbij deze dus telkens hetzelfde moet zijn voor het hele gevelvlak waar aan gewerkt wordt. Het doorgestreken metselwerk kan dan wel sterker zijn en een langere levensduur bezitten, maar de aanwezigheid van kleurverschil in de voegen kan resulteren in extra kosten om het metselwerk bij de oplevering geaccepteerd te krijgen.
Voeghardheid
In het geval van traditioneel metselwerk, waarbij er gemetseld en gevoegd wordt, is het mogelijk om eisen te stellen aan de hardheid van het voegwerk. Dit gebeurt op basis van de richtlijnen die omschreven staan in de CUR-Aanbeveling 61 ‘Het voegen en hydrofoberen van metselwerk’ of de BRL 2826-03 ‘Uitvoeringsrichtlijn voegen van metselwerk’. In beide documenten is de classificatie van de voeghardheid opgenomen, waarbij deze kan variëren van VH15 tot VH45. Hoe de voeghardheid bepaald moet worden is vastgelegd in bijlage 1 ‘Bepaling van de voeghardheid’ van de CUR-Aanbeveling 62. De voeghardheid moet gemeten worden met een aangepaste pendelhamer van Schmidt voor een vlak, relatief zwak materiaal. Deze pendelhamer is dus niet geschikt om de hardheid van de relatief harde doorstrijkmortel te bepalen. Als de pendelhamer wel gebruikt wordt voor het meten van de voeghardheid van doorgestreken metselwerk dan zijn de waarden die gevonden worden niet te vergelijken met de waarden van voegwerk. Doorstrijkmortel wordt veel harder en zeker geen relatief zwak materiaal, zoals de voegmortel wel is. De waardes die gemeten worden hebben zodoende geen enkele relatie met de standaard voeghardheidsklassen. In het geval van correct aangebracht doorstrijkmortel is er sprake van een homogene voegvulling over de volle diepte van de voeg. Er ontstaat daarmee een voeg die de hele levensduur van het gevelmetselwerk mee zal gaan.
Oppervlaktebeoordeling
De oppervlakte van het gerealiseerde gevelmetselwerk wordt normaal gesproken beoordeeld aan de hand van een proefmuur. Het is natuurlijk van belang dat deze proefmuur overeenstemt met het metselwerk dat in de gevels aangebracht moet gaan worden. Over het algemeen is dat met doorstrijkwerk vaak lastig, omdat de proefmuur vaak maar een klein oppervlak betreft. Het is dan ook van belang om lang genoeg te wachten met het afwerken van de voegen in de proefmuur. Naast het gebruiken van de proefmuur als referentie geeft de BRL 2826-01 ook nog duidelijk aan dat er geen witte uitslag op het metselwerk aanwezig mag zijn. Vooral als er niet onder de juiste omstandigheden wordt gemetseld is de kans op witte uitslag op het metselwerk groot. Dat geldt ook voor doorstrijkwerk, waarbij vooral overmatige regenbelasting een negatief effect heeft. Het ontstaan van witte uitslag op de voegen kan dan gemakkelijk gebeuren, waarbij het toepassen van uitslagarme doorstrijkmortels op een gegeven moment ook niet meer gaat werken. De mate van witte uitslag op de voegen van doorstrijkwerk zorgt er ook voor dat er vlakken in het gevelmetselwerk ontstaan met een verschillende kleur. Het verschil in kleur wordt voornamelijk veroorzaakt door kleurverschil in de voegen, waarbij uitslag en het moment van doorstrijken een grote rol spelen.
Wateropname van metselstenen
Traditioneel metselwerk vereist aangepaste mortels afhankelijk van de wateropname van de metselstenen. De mortelproducenten doen dat op basis van de initiële wateropzuiging (IW-klasse) van de metselstenen. Bij twijfel testen de mortelproducenten een aantal metselstenen, zodat ze meer zekerheid hebben over de juiste wateropname. In het geval van traditioneel metselen is deze werkwijze voldoende om de metselaar het metselwerk op een juiste wijze op te laten metselen. In het geval van doorstrijkwerk is dat in basis ook voldoende, maar komen er toch enkele andere aspecten bij kijken. Als er metselstenen met een lage wateropname verwerkt moeten worden dan zal de metselmotel over het algemeen wat grover zand bevatten. Dat is nodig zodat de metselaar voldoende lagen op elkaar kan metselen en dus voldoende productie kan behalen. De doorgestreken voeg zal dan echter minder glad zijn dan bij een metselsteen met een hogere wateropname. Een lage wateropname van de metselsteen zorgt er echter ook voor dat de metselmortel wat langzamer op zal drogen, omdat de metselstenen het water uit de mortel veel minder snel op zal nemen. Als bij het doorstrijken niet voldoende rekening gehouden wordt met beide aspecten, dan zal dit uiteindelijk van invloed zijn op de kleur van de voegen.
Weersomstandigheden
Het realiseren van gevelmetselwerk in het werk is zeker in Nederland afhankelijk van de juiste weersomstandigheden. Daarbij spelen vooral temperatuur en neerslag een belangrijke rol, zoals wij al eerder hebben uitgelegd in artikelen in Aannemer van februari 2017 (metselen bij lage temperaturen), november 2019 (afdekken van metselwerk) en november 2022 (vroege witte uitslag op gevelmetselwerk). Het zijn vooral de wisselende weersomstandigheden in de diverse jaargetijden waar in de uitvoering van gevelmetselwerk niet altijd goed mee omgegaan wordt. Over het algemeen is wel bekend dat bepaalde omstandigheden een negatief effect hebben op de kwaliteit van het metselwerk, maar dan nog wordt er heel vaak niets aan gedaan. Ongunstige en wisselende weersomstandigheden zorgen voor variatie in het verharden en opstijven van de doorstrijkmortel. Als de voegen dan niet op het juiste moment worden afgewerkt, ontstaan er gemakkelijk kleurverschillen in de voegen.
Geklimatiseerd werken
Wanneer het effect van de weersomstandigheden op bouwwerkzaamheden de kwaliteit negatief beïnvloed dan worden er normaal gesproken maatregelen getroffen. Zo wordt in het geval van het aanbrengen van gevelstucwerk de steiger volledig ingepakt en wordt er niet gewerkt als de temperatuur te laag is. Dit meer geklimatiseerd werken wordt ook in het geval van gevelmetselwerk vaak besproken, maar resulteert maar zelden in doeltreffende maatregelen op de bouwplaats. Het kan echter zeker in het geval van doorstrijkwerk resulteren in een constantere kwaliteit en geen of in ieder geval veel minder kleurverschil in de voegen.
Kwaliteit als basis
Het bevreemd ons telkens weer dat de bovenstaande punten om te komen tot kwalitatief goed gevelmetselwerk, over het algemeen geen onderdeel uitmaken van de afspraken die gemaakt worden tussen aannemers en metselbedrijven. De te realiseren kwaliteit zou toch bovenaan moeten staan bij de totstandkoming van overeenkomsten en niet de prijs. Daar komt dan vaak nog bij dat de extra inspanningen om wel onder de juiste omstandigheden het gevelmetselwerk te kunnen realiseren, veel minder kosten met zich meebrengen dan herstel- of reinigingswerkzaamheden die achteraf aan het gevelmetselwerk moeten worden uitgevoerd.
Samenvattend
Het doorstrijken van gevelmetselwerk is een goede methode om metselwerk te realiseren dat weinig onderhoud nodig zal hebben en een lange levensduur zal bezitten. De uitvoering vereist wel een klein beetje meer aandacht dan het traditionele metselen en voegen, waarbij het vooral van belang is om onder de juiste klimaatomstandigheden te werken. Als deze er standaard niet zijn dan zullen deze met voorzieningen getroffen moeten worden. Als dit goed meegenomen wordt bij de totstandkoming van overeenkomsten met metselbedrijven, dan wordt de kans op kleurverschillen in de voegen een stuk kleiner. Maar mocht dit niet lukken en de periode waarin doorgestreken gaat worden risicovol zijn, dan kan er mogelijk beter gekozen worden voor metselen en voegen. De hardheid van de doorgestreken voegen kan niet gemeten worden met de bepalingsmethode voor voegwerk. Als de hardheid gezien wordt als een criterium voor de duurzaamheid van de voegen, dan kan de hardheid van doorstrijkwerk wel minimaal vergeleken worden met een voeghardheid VH45 voor voegwerk.


